Binnenkijken bij Olivier Dullier

Gewijzigd op 13/06/2013 door Gretel Kerkhofs

Een natuurlijke omgeving vraagt om een organische architecturale aanpak. Architect Olivier Dullier begreep dat uitgangspunt goed, en verfraaide een natuurgebied in Maillen, in de provincie Namen, met een houten doos die in alle discretie samensmelt met de groene omgeving.
EPN
EPN
© Bâtidéco
EPN
EPN
© Bâtidéco
EPN
EPN
© Bâtidéco
EPN
EPN
© Bâtidéco
EPN
EPN
© Bâtidéco
EPN
EPN
© Bâtidéco
EPN
EPN
© Bâtidéco

Uitzicht

Gedurende zes jaar kamden architect Olivier Dullier en zijn partner Claire de Maasvallei uit in de hoop er op een oude ruïne te stoten die ze konden ombouwen tot een hedendaags project. In de plaats daarvan kocht het koppel een bouwgrond in Maillen, een deelgemeente van Assesse, op een plek waar ze niet eens van vermoedden dat ze er mochten bouwen aangezien het midden in een prachtig natuurgebied ligt.
“Ik passeerde elke dag wel twee keer voorbij dit stukje land zonder er ooit bij stil te staan dat het wel eens bouwgrond kon zijn”, herinnert architect Olivier Dullier zich. “Elke keer opnieuw verbaasde ik me over dit stukje ongerepte natuur met haar prachtige uitzicht. En nu vormt dat uitzicht de achtergrond van onze dagelijkse bezigheden.”

Alomtegenwoordig landschap

Het landschap is dan ook alomtegenwoordig in huis, zeker in de leefruimten, die achter de zuidelijk georiënteerde glazen achtergevel schuilen. “We wilden koste wat het kost een woning die een dialoog aangaat met de omgeving”, gaat Olivier voort. “Het huis ligt op de grens met het dorp, en vanaf die grens zie je niets meer dan uitgestrekte velden. Dat we te midden van die velden wonen, is uiteraard iets dat we sterk wilden benadrukken.”
Van de negentig are die de familie ter beschikking heeft, betrekken ze dus maar een klein deeltje. De tuin rond het huis werd aangelegd, maar de resterende zeventig are wordt nog altijd door een boer bewerkt.

Geïntegreerd in de natuur

“Het was mijn hoofddoelstelling om het landelijke karakter van deze bouwgrond te bewaren”, benadrukt Olivier. “Het huis moest zich dan ook op een natuurlijke manier integreren in de omgeving. Ik kwam op het idee van een langgerekt volume, parallel met de lijnen van het landschap. Als je goed kijkt zie je immers dat de valleien en de velden ook parallel lopen met de horizon. Daarom is ook het dak plat. En omdat ik de impact van de woning op de omgeving zo klein mogelijk wilde houden, werden de gevels bekleed met afzelia. Deze houtsoort vergrijst immers niet, in tegenstelling tot andere houtsoorten als ceder. Mijn gevels uit afzelia zullen hun mooie bruinrode kleur behouden. Het grijs van ceder is volgens mij meer voorbehouden voor een stadse omgeving, aangezien die ook een grijs kleurenpalet heeft. Bruin komt beter tot zijn recht in dit landschap.”

Open interieur

Aangezien de woning erg open is naar buiten toe, kozen Olivier en Claire ook het interieur open en luchtig te houden. De architect paste allerlei technische kneepjes toe om een zo ruim mogelijke indruk te maken met een beperkt budget. Door dit vooropgestelde budget werd de vloer op de benedenverdieping uitgevoerd in beton, die op de verdieping is een parket in merbau. Om de kamers die vrij klein bemeten zijn toch een ruimtelijke indruk te geven, werd het parket in dezelfde richting gelegd als de terrasbekleding. Zo lijkt de grens tussen binnen en buiten weg te vallen. Beneden vormen de keuken, leefruimte en eetkamer een groot volume. Enkel de traphal werd van de rest afgeschermd door een muur die langs de boven- en zijkanten open blijft. In die muur zit een haard en televisietoestel langs de ene zijde. Langs de andere kant verbergt hij de vestiaire. “Ik heb zo veel mogelijk vast meubilair in het ontwerp opgenomen zodat het huis geen rommelige indruk zou nalaten”, zegt Olivier. “Qua aankleding hebben we niet veel toegevoegd, omdat het pittoreske uitzicht al voldoende is.”
De enige losstaande meubels die in het huis aanwezig zijn, zijn dan ook erg sober en hedendaags: de stoelen van Verner Panton rond de eettafel, de Bombo-barkrukjes in de keuken en een spetterend oranje salon van Molteni voor een fleurige toets.

Tijdloze eenvoud

Dit huis laat werkelijk niemand onverschillig. “Je houdt ervan of je vindt het maar niets”, stelt Olivier vast. “Tijdens de werkzaamheden, stopten er geregeld mensen om te vragen wát we nu precies aan het bouwen waren. Ze dachten dat het een garage was, een showroom of zelfs een waterzuiveringstation. Ze waren nog nooit een huis tegengekomen met deze architecturale vormen en materialen. Toch kan je niet zeggen dat het een extravagante woning is. Integendeel, ze is net extreem eenvoudig opgevat om in de natuur op te gaan. Ik heb me overal aan die eenvoud gehouden. Zowel binnen als buiten. Mooie dingen die eeuwen meegaan worden meestal gekenmerkt door een tijdloze eenvoud.”
Ook al waren de meningen over zijn woning verdeeld, toch merkt Olivier een wijzigende denkwijze. “België staat achter op wat zich afspeelt in Oostenrijk, Duitsland, Zwitserland en Portugal. Maar gelukkig komt er stilaan een mentaliteitswijziging op gang. Heel wat mensen beginnen nu de rol van een architect te begrijpen. Vroeger zochten ze eerst een bouwgrond vooraleer ze een architect zochten. Nu krijg ik al aanvragen om mee te zoeken naar een bouwgrond waar geen al te strikte bouwvoorschriften gelden.”

Groene principes

Tijdens de ontwerpfase van de woning, heeft Olivier ook zo veel mogelijk rekening gehouden met ‘bioklimatische principes’. Zo werden de circulatiezone en berging aan de noordelijke kant van het huis ondergebracht, deze kant ligt aan de straat en is erg gesloten. Gelukkig bevond het mooie landschap zich aan de zuidkant, en om hiervan te profiteren werd deze zijde volledig opgetrokken uit glas. Zo kan de zon de woning op een natuurlijke manier opwarmen. Aan deze kant werden alle leefruimtes gesitueerd. Om te voorkomen dat het hier in de zomer te warm wordt, wordt de zon op haar hoogste punt tegengehouden door een oversteek. In de winter staat de zon lager, en kan ze ongehinderd in de woning schijnen. De betontegels op de benedenverdieping houden deze warmte bij, en geven ze ’s nachts af, wanneer het buiten afkoelt. Daarnaast stuurt ook een warmtepomp de vloerverwarming op het gelijkvloers aan en de convectoren op de verdieping. “Deze oplossing is niet enkel economisch slim gezien, ze heeft ook een esthetisch pluspunt”, zegt Olivier. “Hierdoor kon ik werken zonder radiatoren op de benedenverdieping. De verwarming van de bovenverdieping kon ik verstoppen in een vals plafond. Ook uit minimalistische overwegingen uiteraard.”

Praktisch

Architect: Olivier Dullier
Bouwjaar: 2006
Bewoonbaar oppervlak: 180 m2
Bouwmethode: combinatie van houtskeletbouw met cellenbeton
Ramen: aluminium
Trap: merbau
Vast meubilair: mdf
Verwarming: vloerverwarming
Prijs: ongeveer 1 000 euro per m2 excl. afwerking, btw en erelonen

 

Bron: Special Bouwen – EPN - Tekst: Delphine De Riemaecker - Fotografie: Sarah Van Hove en Jonah Samyn